Van asielzoekerscentrum naar huurwoning

WOONopMAAT plaatst met enige regelmaat mensen uit asielzoekerscentra in een huurwoning. Dat levert nog wel eens wat vragen op. Sommige klanten van WOONopMAAT hebben het idee dat vluchtelingen voorrang krijgen boven de mensen uit de regio. Hoe zit dat nu precies?

Mensen die hun geboorteland ontvluchten, doen dat om de meest uiteenlopende redenen. Elke vluchteling heeft zijn eigen verhaal; ze hebben echter allemaal hetzelfde doel: een verblijfsvergunning krijgen in hun nieuwe land. In Nederland is er maar één organisatie die daarover beslist: de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Die instantie onderzoekt of de asielaanvrager aan alle wettelijke criteria voldoet om toegelaten te worden tot de asielprocedure of moet terugkeren naar het land van herkomst. De IND beslist ook wie uiteindelijk een verblijfsvergunning krijgt. In de periode tussen aankomst in Nederland en de beslissing of een status wordt toegekend, worden de asielzoekers opgevangen in een asielzoekerscentrum (AZC). Een proces dat vaak jaren duurt. Op het moment dat een vluchteling een verblijfsvergunning krijgt, is hij geen asielzoeker meer maar een statushouder. Een statushouder heeft dezelfde rechten en plichten als een Nederlands staatsburger, en daar hoort ook het recht op wonen bij. Gemeenten hebben de plicht om voor huisvesting te zorgen. De gemeenten Heemskerk en Beverwijk werken daarvoor nauw samen met WOONopMAAT. Wethouder Ellen van Tongeren en Annemiek Jal van gemeente Heemskerk, en Anja van Linden van WOONopMAAT, vertellen hoe de plaatsing van statushouders in zijn werk gaat.

Verplichte huisvesting. Een statushouder is een asielzoeker met een verblijfsvergunning. Op het moment dat iemand officieel statushouder is, moet hij of zij in principe binnen enkele maanden een woning toegewezen krijgen. Wethouder Ellen van Tongeren (o.a. Economische Zaken en Volkshuisvesting): “Het IND heeft lijsten van alle statushouders die in Nederland op de wachtlijst voor een woning staan. Afhankelijk van het aanbod is er een percentuele verdeling over de gemeenten in Nederland. De gemeenten krijgen twee keer per jaar te horen hoeveel mensen zij het komende half jaar moeten huisvesten. Dat is onze plicht. De gemeente zorgt voor de regie en uitvoering, maar we hebben zelf geen woningen. Daarvoor werken we samen met WOONopMAAT.” Anja van Linden, coördinator zakelijke woonmarkt, bevestigt dat: “De eerste taak van een woningcorporatie is dat je je doelgroep moet huisvesten. Dat zijn mensen die moeite hebben om zelf een woning te vinden, daar horen statushouders ook bij.”

Bevoordeeld? Omdat de wet voorschrijft dat statushouders in de regel binnen drie maanden een woning toegewezen moeten krijgen, worden ze inderdaad snel geholpen. Toch is het beslist niet zo dat deze groep bevoordeeld wordt. Annemiek Jal, woonmaatschappelijk werker: “Statushouders krijgen nooit een eengezinswoning. In principe krijgen ze een flat zonder lift vanaf de tweede etage. Ze krijgen ook maar één keer een woning toegewezen, ze hebben dus geen keuze. Ieder ander met een urgentieverklaring kan de eerste woning nog weigeren, statushouders niet; anders staan ze op straat. Wel gaan we na of er sprake is van medische problematiek. Wanneer iemand bijvoorbeeld geen trappen kan lopen, kan hij of zij toch in aanmerking komen voor een flat met lift. Dat geldt soms ook voor grotere gezinnen. Als er binnen de termijn geen geschikte woning in een flat zonder lift is, kan het gebeuren dat zo’n gezin een flat met lift krijgt toegewezen. Dat gaat dan niet om de lift, maar om de grootte van de woning. Je kunt zeven mensen niet in een klein flatje onderbrengen. Ook als de mensen daar zelf wel genoegen mee zouden nemen.”

Dankbaar. Statushouders worden dus in principe snel geholpen, maar veel mensen vergeten dat daar jaren van wachten in een AZC aan voorafgaat. Ellen van Tongeren: “De meeste statushouders hebben jaren in een asielzoekerscentrum gewoond. Gezinnen worden meestal nog redelijk snel geplaatst, alleenstaanden kunnen daar wel zes tot zeven jaar verblijven. Daarbij komt nog bij dat ze vaak uit een situatie komen die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Ik denk dat weinig mensen beseffen hoe zwaar dat is. Daarom is wel eens een rondleiding in het voormalige AZC van Heemskerk georganiseerd. Dat was voor veel Heemskerkenaren een eyeopener. Mensen konden met eigen ogen zien dat de opvang zeker geen luxe of gezellig verblijf is.”

Annemiek Jal ziet in haar werk regelmatig wat het langdurige verblijf in een AZC met mensen doet: “Mensen hebben er weinig privacy, ruimte, financiële middelen en zeeën van tijd. In afwachting van een status mogen ze meestal nog niet aan het werk. Op het moment dat je vertelt dat je ze gaat helpen met een woning zijn ze enorm dankbaar. Ze beschikken over een beetje zakgeld, maar je wordt ontvangen met koffie en taart omdat je voor huisvesting gaat zorgen. Die dankbaarheid maakt elke keer weer een diepe indruk op mij.”

Begrip. “Het moment dat statushouders een woning krijgen toegewezen, zijn ze dolblij,” vertelt Anja van Linden. “Toch is het voor de meesten niet het einde van alle spanningen. Natuurlijk zijn ze heel gelukkig met een eigen plek, maar na de toewijzing komt er wel opeens heel veel op ze af. Na jaren van afwachten moeten ze het asielzoekerscentrum binnen twee weken verlaten en een appartement gaan stofferen en inrichten. Ze krijgen wel wat begeleiding vanuit Vluchtelingenwerk, maar desondanks komt er veel op ze af: werk vinden, uitzoeken hoe het openbaar vervoer werkt, nieuwe regels. Het komt vaak voor dat ze uit een AZC uit een ander deel van Nederland komen en honderden kilometers verderop een woning krijgen. Ver weg van hun familie en kennissen. Zeker voor alleenstaanden is dat heel zwaar. Daarom is een beetje begrip en een vriendelijk woord hard nodig.”

Zorgvuldig plaatsen. Statushouders moeten de eerste de beste woning die ze toegewezen krijgen aannemen, maar het is niet zo dat deze mensen klakkeloos in een woning worden geplaatst. Annemiek Jal: “We proberen mensen uiteraard zo goed mogelijk te plaatsen. Als het even kan, zorgen we ervoor dat families bij elkaar blijven. We krijgen niet alleen statushouders uit deze regio, maar soms ook uit Groningen of Limburg. Om dat te realiseren werken we nauw samen met gemeenten uit het hele land.” Ook de nauwe samenwerking met WOONopMAAT is cruciaal. Ellen van Tongeren: “Het werkt heel goed dat we in alle openheid en harmonie met de corporatie samenwerken. De afgelopen jaren waren er extra veel plaatsingen omdat er door de Generaal Pardonregeling extra veel statushouders gehuisvest moesten worden. Dat hebben we binnen de termijn gerealiseerd. Zonder WOONopMAAT was dit nooit gelukt.”

<in kader>Een woning voor Nicole. In februari dit jaar kreeg de 19-jarige Nicole Kabedi haar felbegeerde status. Drie maanden later volgde een woning: een bescheiden appartementje in Heemskerk. Voor het eerst sinds ze op 16-jarige leeftijd haar geboorteland Congo ontvluchtte, heeft ze een eigen plek. Nicole is er blij mee, al is het nog wel erg wennen. “Ik heb nog geen stoelen of tafel, dus we moeten maar even op de grond zitten,” zegt Nicole verontschuldigend. Haar Nederlands is vrij goed, dat leerde ze de afgelopen jaren tijdens haar verblijf in diverse asielzoekerscentra in Assen en Emmeloord. In de woonkamer staat alleen een kastje met een tv erop, op de grond ligt een matras. Veel meer spullen heeft ze niet. Ook geen fiets, daar spaart ze nog voor, want ze kan wel fietsen. Nicole is een jonge, hippe meid met een prachtige glimlach. Achter die glimlach schuilt een levensverhaal waar je stil van wordt. Nicole staat er sinds haar zestiende jaar helemaal alleen voor, zonder ouders, grootouders, ooms of tantes. Ze heeft alleen nog twee jongere broertjes, maar ze weet niet waar zij zijn. “In het asielzoekerscentrum in Emmeloord was ik de enige van mijn leeftijd en uit Congo. Niemand sprak Frans of Nederlands, dat was moeilijk. Ik had een eigen slaapkamer, maar die was heel klein. Voor de rest moesten we alles delen, de wc, de douche, de keuken. Gelukkig kon ik overdag naar school, daar had ik wel vriendinnen.” In Heemskerk kent Nicole bijna nog niets of niemand. Ze woont er pas een week. Voorlopig gaat ze niet verder dan de winkels om de hoek; ze is bang dat ze de weg naar huis meer terugvindt. Met één buurvrouw heeft ze al kennis gemaakt: “Zij is heel aardig, misschien nodigt ze me een keer uit om te komen eten. Dat lijkt me heel leuk.” Nicole zit vol plannen: “In september ga ik met een mbo-opleiding beginnen. Ik twijfel nog tussen een opleiding in de mode of de horeca, ik vind het allebei leuk. Daarna ga ik een goede baan zoeken.”

Thuis in de IJmond, zomer 2010, magazine van woningcorporatie WOONopMAAT, tekst: Moniek Moorman

 

%d bloggers liken dit: